Dorestad

onthuld
Dorestad voor Dummies

Startpagina

bedrijvigheid in de haven

In de tijd van Karel de Grote, zo'n twaalf eeuwen geleden, was Dorestad een belangrijke handelsplaats. Het lag op de plek waar nu de huizen van Wijk bij Duurstede staan. Nederland bestond toen nog niet. Ons land was een deel van het Frankische Rijk, het rijk waarover Karel de Grote regeerde.

Er waren nog nauwelijks doorgaande wegen te vinden, maar de grote rivieren die we nu kennen, waren er toen ook al. Daarom werden de meeste vrachten met schepen over water vervoerd. Dorestad lag precies op de splitsing van de Kromme Rijn en de Lek. Dat was een handige plaats, want daar konden schepen uit verschillende richtingen gemakkelijk komen. De Kromme Rijn was in de dagen van Dorestad nog een grote rivier. Tegenwoordig is daar niet veel meer van over.

schaar


Een lint van huizen
Langs de rivieroever lag een eindeloos lint van werkplaatsen, woningen en pakhuizen waar kooplieden hun handelswaar opsloegen. Al die huizen waren van hout en leem, ze leken een beetje op de vakwerkhuizen die we tegenwoordig nog steeds uit Limburg kennen. Ramen zaten er niet in, hooguit waren er wat gaten zodat er licht naar binnen kon vallen. Bovenin zat een opening waardoor rook van een haardvuur kon ontsnappen. Daaraan warmden de bewoners zich in de winter en kookten er hun pot met eten op. Het vuur werd midden in de kamer aangelegd. Langs een wand lukte dat niet, want dan zou het huis in de brand vliegen.
Achter de huizen, die allemaal los van elkaar stonden, lagen schuren, waterputten, mesthopen en afvalkuilen. Daar waren ook moestuinen te vinden waar kippen en varkens rond scharrelden. Het geheel zou een dorpse indruk op ons hebben gemaakt als we er hadden kunnen rondlopen. Veel meer dan een enkele doorgaande havenweg, de 'winkelstraat', was er in Dorestad niet te vinden. Achter het lint van koopmanshuizen lagen een paar begraafplaatsen en meerdere verspreide boerderijen. De erven waren omheind door houten afrasteringen of greppels.

Alle kooplieden woonden vlak bij de waterkant en daardoor konden ze hun schepen zo ongeveer bij hun voortuin aanleggen. Om die voor het laden en lossen goed bereikbaar te maken, werden er een soort van brede beloopbare dammen op de drassige rivieroever aangelegd. In de loop van de tijd werden die alsmaar langer, waardoor er veel ruimte ontstond voor de opslag van spullen die van de schepen kwamen of juist klaarlagen om aan boord te worden gebracht. Bovendien bleef er op de dammen nog genoeg plaats over om vis te roken, huiden te looien of netten te repareren.
Tijdens het laden en lossen op de glibberige oever sneuvelde er nog wel eens een kruik van aardewerk waarin levensmiddelen vervoerd werden. Van de inhoud vinden we niets meer terug, want die is al lang vergaan. Maar van de potten werden tijdens opgravingen duizenden scherven teruggevonden.
Ook schippers uit andere plaatsen konden in Dorestad afmeren om er hun koopwaar te slijten. Vaak werd die geruild, maar soms kwam er ook geld aan te pas. Daarom liet de Frankische koning er munten slaan waarop de naam Dorestad stond. Soms werd er ook - heel toepasselijk - een schip op afgebeeld.

benen kam


De inwoners van Dorestad woonden op een lapje grond dat ze van een grootgrondbezitter in gebruik hadden. Ze huurden die grond echter niet. In plaats daarvan werkten ze voor hun grondheer. Ze moesten voor hem bijvoorbeeld allerlei producten van zijn landerijen verhandelen of die naar andere plaatsen vervoeren. De belangrijkste grootgrondbezitter in Dorestad was de bisschop van Utrecht. Die had niet alleen een groot deel van de handelsplaats in bezit, hij was ook nog eens de baas over de mensen die op zijn grond woonden en werkten. Zelfs de ambtenaren van de koning hadden op zijn terrein niets te zeggen. Ze mochten er zelfs niet komen, terwijl vreemde kooplieden uit alle windstreken er juist welkom waren. Want die kwamen met handelswaar en dat bracht geld in het laatje. Ook voor de bisschop en zijn gevolg moest de schoorsteen blijven roken.

Handelscentrum
Op veel plaatsen waren markten waar boeren uit de omgeving de opbrengsten van hun boerderij verkochten. Maar in Dorestad werden vooral spullen verhandeld die van verre oorden werden aangevoerd. Die kwamen over de rivieren uit het hele Frankische Rijk, of overzee uit Engeland en Denemarken, of zelfs van nog verder weg. Daarom was Dorestad ook zo groot, het was verreweg de grootste plaats van ons land. Toch woonden er maar een paar duizend mensen, veel minder dan er tegenwoordig in Wijk bij Duurstede wonen.
Door alle handel was het een komen en gaan van kooplieden met hun vrachtschepen. Die moesten allemaal tol betalen als ze Dorestad bezochten. Dat leverde aardig wat op, want Dorestad was een van de grootste handelscentra die er te vinden waren.
Over de rivieren kwamen schepen uit het binnenland met maalstenen en allerlei aardewerk potten, vaten met wijn en ijzeren voorwerpen, zoals bijlen en messen. Van overzee kwamen producten, zoals was en honing, huiden en pelzen. Maar ook geketende slaven passeerden Dorestad op weg naar hun nieuwe 'werkgever'.
Sommige materialen werden niet alleen verhandeld, maar ook ter plaatse tot gebruiksvoorwerpen of sieraden verwerkt. Uit bot of gewei - het plastic van de middeleeuwen - werden kammen en naalden gezaagd, van barnsteen werden sieraden gemaakt. Er werd ijzer gesmeed, brons gegoten, wol gesponnen en textiel geweven. Er waren naast kooplieden dus allerlei handwerkers in Dorestad te vinden.


haarspeld


Noormannen
Dorestad werd verschillende keren door Noormannen aangevallen, die de plaats leeg roofden en de huizen plat brandden. Maar steeds herstelden de bewoners de schade. De plunderingen waren dan ook niet de oorzaak waardoor Dorestad van de kaart is verdwenen. Dat lag eerder aan de koning die er niets voor voelde om nog langer een handelsplaats te steunen waar hij nauwelijks nog invloed op kon uitoefenen. Want de tijden waren veranderd. Plaatselijke heren hadden het voor het zeggen gekregen. De koning richtte zijn aandacht dan ook liever op andere plaatsen die hij nog wel in zijn macht had en lokte de kooplieden daar met allerlei voordeeltjes naar toe. Dorestad bleef bijna verlaten achter. Er waren alleen nog wat boeren overgebleven die hun akkertjes bleven bewerken, maar handel werd er niet meer gedreven.

onbewerkte barnsteen
Begin van de pagina

Startpagina