Dorestad

onthuld
Noormannen in Dorestad:
de tweede reeks aanvallen

Startpagina

hoofdpagina Noormannen

machtsgebied van de
Deense heersers
in Frisia


Vanaf 840, het sterfjaar van keizer Lodewijk de Vrome, werden de Friese kustlanden niet meer geplunderd en keerde de rust weer in onze streken. De aanvallers richtten hun pijlen op het West-Frankische Rijk van Karel de Kale en vooral op Engeland, terwijl de Friese kusten werden verdedigd door de Deense medestanders van Lotharius die zich strategisch over de mondingen van de grote rivieren verdeeld hadden.

Burgeroorlogen
De dood van Lodewijk de Vrome was het startsein voor een periode van burgeroorlogen waarin zijn zonen elkaars macht bestreden. Pas in 844 sloten de ruziŽnde broers een vriendschapsverdrag, waarna hun onderlinge verhoudingen weer normaliseerden. Daardoor was bij Lotharius de drang tot het nemen van defensieve maatregelen afgenomen, vooral ook omdat vikingaanvallen uitbleven. Zijn Deense vazallen die zo ongeveer alle riviermondingen beheersten, vormden nu in zijn ogen een onaanvaardbare machtsfactor. In of kort na 844 vielen de broers Haraldr junior en Hrúrekr dan ook in ongenade bij de koning. Hrúrekr werd valselijk van verraad beschuldigd en gearresteerd, maar wist aan zijn bewakers te ontsnappen. Van zijn broer Haraldr junior weten we alleen dat hij rond deze tijd om het leven is gekomen, waarschijnlijk bij zijn arrestatie. Hrúrekr vluchtte naar het Oost-Frankische Rijk van Lodewijk de Duitser, die hem als zijn vazal in Saksen, dicht bij de Deense grens, stationeerde. Van hieruit verzamelde hij een 'niet geringe bende Denen' om zich heen en ondernam aanvallen op de 'noordelijke kusten van het rijk van Lotharius', uit wraak maar ook in een poging zijn gebieden weer terug te krijgen.

Deense bezetting
In 846 werd Dorestad, zowel het handelscentrum als twee andere nederzettingen, aangevallen. Blijkbaar hebben we te maken met een grootscheepse rooftocht, want vermoedelijk werd de hele agglomeratie Dorestad leeggeroofd. Het jaar daarop hadden de aanvallers het niet op Dorestad gemunt en plunderden ze de stroomopwaarts van Dorestad gelegen handelsplaats Meinerswijk bij Arnhem. Een kroniekschrijver wist te melden dat de Denen toen vanuit Dorestad opereerden, terwijl een ander in datzelfde jaar gewag maakte van de Deense bezetting van Dorestad.
De verdediging was regionaal georganiseerd, de aanvallers hadden het al eerder aan de stok gekregen met een Friese militie. Over maatregelen van de koning vernemen we ondertussen niets. In 850 trok Hrúrekr verwoestend rond door Frisia, de Betuwe en andere plaatsen, waarop hij Dorestad met een omvangrijk Deens leger innam. Deze campagne was de climax van de reeks door Hrúrekr uitgevoerde strooptochten in de voorgaande jaren, hiertoe geprovoceerd door de valse beschuldigingen van Lotharius. Eindelijk gaf de vorst toe, de Deen herkreeg de gebieden die hem ten onrechte waren ontnomen. Het conflict tussen de koning en zijn vazal werd bijgelegd en Hrúrekr zou zich voortaan gedragen als een trouw aanhanger van de Frankische koningen. Ook de tweede reeks van aanvallen blijkt dus, net als die van de jaren dertig, politiek geÔnspireerd te zijn. Ze zouden tegenwoordig als terroristische acties gekwalificeerd worden.

Deense heersers in Dorestad in de bronnen
850
Roric natione Nordmannus, qui temporibus Hludowici imperatoris cum fratre Herialdo vicum Dorestadum iure beneficii tenuit ... Venitque per ostia Rheni fluminis Dorestadum et occupavit eam atque possedit (AF 850)
Rorik Dorestadum reperit (AX 850)
855
Roric et Godofridus, nequaquem arridentes sibi successibus, Dorestado se continent et parte maxima Fresiae potiuntur. (AB 855)
857
Ruoroc Nordmannus, qui praeerat Dorestado (AF 857)

Verdeling van Verdun in 843
tussen Karel de Kale (lila),
Lotharius I (geel) en
Lodewijk de Duitser (oranje)
Begin van de pagina

Startpagina