Dorestad

onthuld
Overzicht van Dorestad

Startpagina

terug naar de
Fameuze handelsplaats

benen dominosteen


Hoewel Dorestad volledig van de kaart verdwenen is, heeft bodemonderzoek in en rond Wijk bij Duurstede grote delen van de structuur van de oude nederzetting onthuld. Helaas is er door verstoring van de bovenste lagen van de archeologische resten, vooral door ontgrondingen in de negentiende eeuw, veel detail verloren gegaan. Maar de algemene opzet van het noordelijke gedeelte van de nederzetting kon wel aan het licht gebracht worden.

In de zevende eeuw ontstonden in het hele Kromme Rijngebied nederzettingen op hogere oeverwallen. Dat was ook het geval nabij het splitsingspunt van de Rijn en de Lek, waar zich een nederzetting op de linkeroever van de Rijn ontwikkelde die over een lengte van zo'n 2000 meter bewoond werd. Daarvan kon het noordelijk gelegen deel - de Heul en de Noorderwaard - nauwkeurig onderzocht worden. Als gevolg van riviererosie is van het zuidelijke deel - de Engk - slechts het meest westelijke deel van het bewoonde gebied bewaard gebleven.
Nog zuidelijker, in de Rijswijkse Buitenpolder aan de overkant van de Lek, liggen vermoedelijk nog enige honderden meters oeverwal waar bewoning was. De schaarse aanwijzingen daarvoor zijn ons voornamelijk door plaatselijke bodemverkleuring en losse verspoelde vondsten bekend. In deze Rijswijkse uiterwaard vermoeden we de burcht Dorostate.

Norse Robrecht
Hijs van hier je zeilen,
Ontvlucht en laat Dorstada achter.
Jij hebt niet het geluk
Dat norse Robrecht je een gastvrij dak biedt,
Noch houdt de gierige koopman van je lied.

In deze passage uit een vers van de Engelse geestelijke Alcuin uit het einde van de achtste eeuw treffen we Dorestad aan als een plaats die je als geestelijke maar beter kunt mijden. Daarbij valt op dat Alcuin de plaats van norse Robrecht en de gierige koopman spelde als Dorstada, Dorestad in meervoud. Daaruit blijkt dat er een tweedeling was die we ook wel bij andere handelsplaatsen tegenkomen.

Karel de Grote

We zouden beide delen van Dorestad als de Bovenstad en de Benedenstad kunnen aanduiden, in de betekenis van stroomopwaarts, respectievelijk stroomafwaarts gelegen. In de Bovenstad komen we de Bovenkerk tegen die in een schenkingsoorkonde van Karel de Grote uit 777 als Upkirika vermeld werd en die boven (stroomopwaarts van) Dorestad lag, zoals ook al in de naam van deze kerk besloten ligt. (zie de tekst van de oorkonde in de rechter marge)
Opvallend in deze oorkonde is het verschil in spelling tussen Dorestad met een 'd' met betrekking tot de ligging van de Bovenkerk en Dorestat met een 't' met betrekking tot de stroomafwaartse ligging van Utrecht. De Bovenstad stond blijkbaar vanouds bekend als Dorestat, terwijl de nieuw ontwikkelde Benedenstad Dorestad ging heten. Deze twee spellingsvarianten blijken in schriftelijke bronnen uit de negende eeuw regelmatig naast elkaar voor te komen.
Waarschijnlijk heeft de oorspronkelijke spelling van de naam Dorestat onder invloed van de als een stade (oplopende rivieroever) op te vatten handelswijk, die de oorspronkelijke kern is gaan overvleugelen, zich tot het alternatief gespelde Dorestad ontwikkeld.
Tevens schenken wij aan de kerk van Sint-Maarten die stroomopwaarts van Dorestad gebouwd is en de Bovenkerk genoemd wordt, honderd roeden land, namelijk geheel er omheen zodat de genoemde kerk te allen tijde over een terrein van honderd roeden zal beschikken, met daarbij het oeverrecht langs de Lek en de waard bij die kerk aan de oostzijde tussen de Rijn en de Lek.
(Uit: Oorkonde van koning Karel de Grote uit 777)
(originele tekst)
Dit moet bij kroniekschrijvers en klerken die niet met de plaatselijke situatie op de hoogte waren, tot verwarring geleid hebben. Inwoners van Dorestad zullen ongetwijfeld een meer handzame benaming voor beide delen hebben gebruikt. Wat de noordelijke handelswijk betreft, hebben we daar een aanwijzing voor. Want in de tiende eeuw was de naam Dorestad in Wik of Wijk veranderd.

Uit: Oorkonde van koning Otto I uit 948

hier is de originele
tekst te vinden

We hebben de bisschop van Utrecht alle inkomsten toegekend, die de kerk van de koningen die ons voorgingen of van welke andere gelovigen dan ook gekregen heeft. Te weten het tiende deel van de opbrengst van alle koninklijke goederen, tollen en muntplaatsen die tijdens zijn episcopaat ge´nd worden en daarenboven van de belastingen die huslatha en koggeschuld genoemd worden, alsmede de bezittingen in de plaats die voorheen Dorestad, maar nu Wik genoemd wordt, en overal tussen de genoemde plaats en de zee en op de eilanden en overige aan zee gelegen provincies, die door keizers en koningen aan de eerdergenoemde kerk van Utrecht zijn geschonken.
in rood aangegeven is het bewoonde gebied van Dorestad (rechts), De Geer (linksboven) en De Horden (linksonder)

Wik of Wijk
Alleen van een gebied dat tussen de beide voormalige kernen van Dorestad in lag, bleek dat er na het verdwijnen van de handelsplaats mensen waren blijven wonen. Het gaat om een terrein bij de tegenwoordige Steenstraat dicht bij de noordelijke handelswijk. Daar werden de resten van een houten kerk uit de tiende eeuw teruggevonden. Dat was op de plaats waar tot in de zestiende eeuw de oude parochiekerk van Wijk bij Duurstede stond. Ook uit de vele aangetroffen aardewerkscherven blijkt dat hier continu bewoning is geweest.
bronzen ring

De andere delen van Dorestad werden in de loop van de negende eeuw grotendeels verlaten.
De naam Wik die de naam Dorestad vervangen heeft, kan alleen maar betrekking hebben gehad op het gedeelte van de plaats dat is blijven voortbestaan en al zo genoemd werd. Wik dat in schriftelijke bronnen ook vicus (handelsplaats) genoemd werd, kan met de Benedenstad ge´dentificeerd worden.

We kunnen in de Bovenstad de oudste kern in de Rijswijkse polder en in de Benedenstad de handelswijk ten noorden van de Lek herkennen. Deze tweedeling komen we ook in handelsnederzettingen zoals Londen en York tegen met een duidelijk te onderscheiden handelswijk en een bestuurscentrum. Het ligt voor de hand dat in Dorestad het administratieve centrum van de vertegenwoordiger van de koning, de grafelijke sterkte, in de Bovenstad gevestigd was. Aanvankelijk zullen de meeste handelsactiviteiten zich op de rivieroevers in dit gedeelte hebben afgespeeld.
Samen met het tussenliggende gebied ter hoogte van de Engk bestond de agglomeratie Dorestad dus uit drie bewoningskernen: een noordelijke wijk, een wijk bij de burcht in het zuiden en een nederzetting ertussenin. Deze kernen werden door een weg met elkaar verbonden die in de veertiende eeuw nog met des keysers strate aangeduid werd. Deze ruggengraat van Dorestad werd door een tracÚ langs de linkeroever van de Rijn gevormd, waarvan de huidige Hoogstraat, Markt en Volderstraat nog te herkennen zijn. De zuidelijke voortzetting is later door de bouw van het vijftiende-eeuwse kasteel Duurstede onderbroken.

De Bovenstad
Hoewel de topografie van de Bovenstad archeologisch nauwelijks onderzocht is, zijn we daarover door een oorkonde van Karel de Grote in grote lijnen wel wat te weten gekomen. Daaruit kunnen we opmaken dat de Bovenkerk stroomopwaarts van Dorestad lag, die dan binnen of in ieder geval vlak bij de sterkte Duristate moet hebben gestaan. Direct ten oosten van de Bovenkerk bevond zich een waard tussen de Rijn en de Lek. Het splitsingspunt van beide rivieren moet dus oostelijk van de oude kern van Dorestad gezocht worden. Uit het eveneens genoemde oeverrecht weten we dat in ieder geval de Lekoever nabij het splitsingspunt voor het afmeren van handelsschepen gebruikt werd. Want het oeverrecht was een belasting, een aanleggeld dat ook in andere handelscentra in het Frankische Rijk bij aanlegplaatsen geheven werd.


versterkte woontoren van het kasteel Duurstede, dat Gijsbrecht II van Zuylen van Abcoude of zijn vader Zweder omstreeks 1270 bouwde
reconstructie van het oevergebied van Dorestad - de met hout geplaveide weg ligt ongeveer op de plaats van de huidige
Hoogstraat
Begin van de pagina

Startpagina